Afdichtvlakken correct bewerken – het passende oppervlak voor elke pakking
Overzicht voor planners, onderhoudsmanagers en werkleiders: welke oppervlaktekwaliteit bij welke pakking past, wanneer de ruwe „grammofoon“-groef nodig is en wanneer een glad vlak, en welke schades een nabewerking afdwingen – mobiel ter plaatse volgens EN ISO 1092-1 en ASME.
1 · Vormenrijkdom & bewerkingscapaciteiten
Wij passen de mobiele machinetechniek flexibel aan het onderdeel aan – van de standaard buisleidingflensverbinding tot de grote, hoekige warmtewisselaar. Het spectrum omvat vrijwel alle vormen van afdichtvlakken:
Verhoogde afdichtrand
Volvlak
Voor- & terugsprong
Veer & groef
Ring-Joint (RTJ)
Lensafdichting
2 · Welk oppervlak voor welke pakking?
De pakking bepaalt de ruwheidsdiepte – van ruw (zacht) tot zeer fijn (metaal). De volgende tabel noemt de gebruikelijke banden uit aanbevelingen van pakkingfabrikanten en de ESA/FSA (stand 2026, zonder garantie).
| Pakkingtype | Aanbev. Ra | AARH (µin) | Oppervlak / finish | Regelgeving |
|---|---|---|---|---|
| Weekstofpakking vezel, grafiet, PTFE |
3,2–12,5 µm | 125–500 | ruw, gegroefd (« grammofoon-/fonografische groef ») – de zachte pakking vloeit in de groeven en klemt zich vast | ASME Stock EN B1 |
| Spiraalpakking (SWG) spiraalgewikkeld m. vulstof |
3,2–6,3 µm | 125–250 | middel – Stock of fijnere Smooth Finish; vlakheid bijzonder belangrijk | ESA/FSA |
| Metaalommantelde pakking dubbelmantel m. zachte inlage |
1,6–3,2 µm | 100–125 | fijn, glad | ESA/FSA |
| Kamprofiel / volmetaal kamprofiel, gegolfd, massief |
≤ 1,6 µm | ≤ 63 | zeer fijn / glad – de metalen tanden dichten af op een glad vlak | ESA/FSA |
| Ring-Joint (RTJ) / lens metalen ring in de groef |
≤ 1,6 µm | ≤ 63 | zeer fijn aan de groefflanken; controle via vergelijkingsmonster | ASME B16.5 |
Normkader kort uitgelegd
ASME B16.5 / B16.47: de groef (concentrisch of spiraalvormig) wordt met 30–55 groeven/inch gedraaid. Stock Finish (standaard) = 250–500 µin ≈ Ra 6,3–12,5 µm (1,6 mm-rondneusgereedschap); Smooth Finish = 125–250 µin ≈ Ra 3,2–6,3 µm. DIN EN 1092-1:2013: „draaien“ omvat concentrische of spiraalvormige groeven; vorm B1 is de standaardgroef voor alle PN (Ra 3,2–12,5 µm), de fijnere vorm B2 (Ra 0,8–3,2 µm) alleen na afspraak. Ra/Rz worden daarbij tegen vergelijkingsmonsters beoordeeld – niet rechtstreeks op het afdichtvlak gemeten.
- Nodig bij zachte pakkingen (weekstof, deels spiraalpakking): het ruwe, gegroefde vlak geeft de pakking „grip“, zij vloeit in de dalen en verplaatst zich niet (geen kruip).
- Niet nodig / eerder glad bij metalen en kamprofielpakkingen: hier dichten fijne metaalpunten af op een glad vlak – een grove groef zou lekkanalen openlaten.
- Concentrisch boven spiraalvormig: een spiraalvormige groef is een doorlopend kanaal van binnen naar buiten (lekpad). Concentrische groeven zijn gesloten ringen en dichten veiliger af.
- Vuistregel medium/temperatuur: glad/concentrisch bij dunvloeibare media en lage temperaturen, ruwer bij hoge temperaturen.
Concentrische groef
Spiraalvormige groef
3 · Vlakheid & parallelliteit
Juist halfmetalen pakkingen (spiraalpakking) reageren gevoelig op vormfouten. Als richtwaarde van de ESA/FSA geldt: vlakheid < 0,2 mm over de breedte van de afdichtzitting, parallelliteit < 0,4 mm over de gehele flens. Zelfs de perfecte pakking kan een vervormd of oneffen vlak niet compenseren – hier helpt alleen nabewerking.
4 · Schadebeelden – wanneer moet er worden nabewerkt?
De doorslaggevende vraag op de bouwplaats: volstaat reinigen, of moet het vlak worden overgedraaid? Dit overzicht helpt bij het herkennen – bij twijfel beslist de WPS / projectspecificatie.
| Schadebeeld | Waarom kritisch | Zo herkent de vakman het ter plaatse |
|---|---|---|
| Radiale groeven / krassen over de afdichtzitting | direct lekpad van binnen naar buiten – met geen enkele pakking veilig af te dichten | krassen die dwars op de groef (radiaal) lopen; vingernagel/muntrand haakt in; zichtbaar in strijklicht |
| Klappersporen / onderbroken groef | ongelijkmatig groefbeeld → ongelijke vlakdruk | „springende“, golvende of matglanzende zones in het overigens gelijkmatige groefbeeld |
| Pitting / putcorrosie, littekens | plaatselijke lekpunten, vernield groefbeeld | donkere punten/kraters en ruwe littekenvelden, vaak aan de mediumzijde; met loep controleren |
| Erosie / uitspoeling | materiaalafname, zitting wordt verdiept of te smal | glanzende, uitgespoelde baan die vanaf de binnendiameter inloopt |
| Deuken / kerven / slagplekken | plaatselijke lekkage, pakking overbrugt niet | voelbaar; haarliniaal toont een lichtspleet op die plek |
| Vervorming / oneffenheid, ontbrekende parallelliteit | pakking wordt ongelijk geperst, aanhaalmoment „vervliegt“ | haarliniaal + voelermaat: spleet > 0,2 mm over de zitting; lichtspleet tegen de lichtbron |
| Vastgebrande pakkingresten | pakking ligt niet vlak op | verkleurde, aanhechtende aanslag; altijd in groefrichting borstelen (nooit dwars) |
5 · Verspaning onder praktijkomstandigheden & optimale voorbereiding
Mobiele bewerking vindt zelden onder laboratoriumomstandigheden plaats – gedwongen houdingen, krappe pijpbruggen of veeleisende materialen (duplex, Inconel) zijn dagelijkse kost. Werkwijze en gereedschapskeuze stemmen wij af op de reële bouwplaatssituatie. Voor korte stilstandtijden kunt u de bouwplaats voorbereiden – alles is haalbaar, de precieze werkwijze stemmen wij vooraf samen af.
Checklist
Indien mogelijk bouten/moeren/tapeinden verwijderen (zone vrij van storende randen); oude pakkingresten grof reinigen.
Vrije ruimte rond het onderdeel, stabiele steiger/aanslagpunt bij hoogte; perslucht of krachtstroom in de buurt van het onderdeel (anders werken wij autark, incl. verlichting).
Werkvergunningen tijdig voorbereiden (LOTO, heet werk, betredingsvergunning) – dan start direct bij aanvang van de dienst.
Statisch toelaatbare minimale flensdikte vooraf door uw engineering laten bepalen en aan ons doorgeven – wij zetten het maatvast om en documenteren het.
6 · Gelaste afdichtverbindingen: gelaste lippen, profielen & membranen
Waar het medium bijzonder gevaarlijk is of een bedrijfsonderbreking absoluut moet worden vermeden, komt in plaats van een ingelegde afdichting een gelaste, metalen afdichtverbinding – de „absoluut veilige” verbinding met een lekkage van praktisch nul. Ze is slechts voorwaardelijk demonteerbaar: om te openen worden niet alleen de flensbouten losgemaakt, maar wordt bovendien de afdichtlas opengesneden. De afdichtringen bestaan uit hetzelfde of een verwant materiaal als de flens of de pijp en worden altijd paarsgewijs toegepast (profielen van de A-serie volgens DIN 2695, eventueel flensvorm M volgens DIN 2526).
| Profiel | Doorsnede | Afdichtprincipe |
|---|---|---|
| A23 | ![]() | Labyrintafdichting (contactloos) |
| A24 | ![]() | Drukgeactiveerde slangafdichting |
| A24H | ![]() | Drukgeactiveerd, getrapte ondersteuning |
| A24K | ![]() | Drukgeactiveerd, getande ondersteuning |
| A25 | ![]() | Gedeelde druklippen |
Profielen & afdichtprincipe
Er worden twee basisuitvoeringen onderscheiden: het vlakke membraan (profiel A21) en de verende holle-lip- of Omega-profielen (A23–A25) met uitgevormde torus. De holle lip zorgt voor een betere spanningsverdeling in de afdichtlas en neemt radiale differentiële uitzettingen tot Δr ≈ 5 mm op; de inwendige druk ondersteunt de lip bovendien (drukbelaste lip). Daarom zijn A24/A25 de eerste keuze bij warmtewisselaars met een uiteenlopend uitzettingsgedrag, bijvoorbeeld tussen kapflens en pijpplaat. Voor bijzondere eisen aan de ondersteuning van de lip zijn er varianten zoals A24H (bol afdichtvlak) en A24K (kamprofiel (getand) met zachte deklaag).
Bevestigingslas, afdichtlas & hergebruik
De bevestigingslas verbindt een lashelft met de flens (binnen, buiten of beide), de afdichtlas last beide ringen aan elkaar. Afhankelijk van het materiaal en het profiel is een verbinding 2 tot 5 keer herlasbaar; bij elke opening gaat er door het opensnijden wat materiaal verloren. Voor de afdichtvlakken geldt gewoonlijk een ruwheid van Rz ≈ 25–50 µm; optioneel kan een hulpafdichting voor de drukproef of de opstartfase worden voorzien.
Membraan-/diafragma-afdichtingen – het speciale HSOS-procedé
Een diafragma (membraan) is een ronde metalen plaat die met een rondlopende hoeklas rechtstreeks op het afdichtvlak wordt gelast en de flensopening volledig afdekt – zo ontstaat een hermetische afsluiting aan de mediumzijde geheel zonder ingelegde afdichting. Er is geen inwendige las: openen gebeurt door de hoeklas weer weg te frezen en het afdichtvlak vervolgens netjes te herstellen – conventioneel een lastige, tijdrovende stap.
Bronnen & normen
Veelgestelde vragen
Moet de flens voor de bewerking uitgebouwd worden?
Nee. Wij installeren de gereedschapsmachines direct op het onderdeel en herstellen het afdichtvlak ter plaatse – dat bespaart demontage, transport en stilstand.
Welke flensmaten en -vormen kunnen ter plaatse bewerkt worden?
Binnenspantechniek 15–12.000 mm, buitenspantechniek 0–1.700 mm bewerkingsdiameter. Naast rondflenzen ook ovale mangaten en grote rechthoekige onderdelen alsook RTJ-groeven en lensafdichtzittingen.
Welke ruwheidsdiepte hoort bij welke pakking?
Weekstofpakkingen hebben een ruw, gegroefd vlak nodig (Ra 3,2–12,5 µm), spiraalpakkingen middel (3,2–6,3 µm), metaalommantelde fijn (1,6–3,2 µm), kamprofiel- en RTJ-pakkingen zeer fijn (≤ 1,6 µm). Doorslaggevend is uw WPS.
Wanneer is de „grammofoon“-groef (fonografisch) nodig – en wanneer niet?
Zachte pakkingen hebben de groef nodig omdat ze zich daarin vastklemmen; metalen pakkingen hebben een glad vlak nodig. Concentrische groeven dichten veiliger dan spiraalvormige, die een lekpad van binnen naar buiten vormen.
Welke schades maken een nabewerking noodzakelijk?
Vooral radiale groeven over de afdichtzitting (met geen enkele pakking af te dichten), verwringing/oneffenheid, pitting/corrosie, klappersporen en erosie. Als richtwaarde dienen de dieptegrenzen uit ASME PCC-1 bijlage D.
Kan ik de toelaatbare minimale flensdikte uit de normtabellen aflezen?
Nee. DIN EN 1092-1 en ASME B16.5 geven alleen nominale maten voor nieuwe onderdelen aan. De reparatiegrensmaat hangt af van uw bedrijfsgegevens en moet door uw engineering of een deskundige worden vrijgegeven – wij houden deze maatvast aan en documenteren deze.
Volgens welke normen creëert u het oppervlak?
Precies volgens uw projectspecificatie/WPS – volgens DIN EN 1092-1 (Form A/B1/B2) evenals volgens ASME B16.5/B16.47 (Stock- of Smooth-finish, fonografische groef); voor RTJ/lens de vereiste fijne ruwheidsdieptes.
Bewerkt u ook gelaste lip- en membraan-/diafragma-afdichtingen?
Ja. Gelaste lippen openen wij met speciale machines (de afdichtlas opensnijden en de lip opnieuw afkanten) en wij herstellen het afdichtvlak. Voor membraan-/diafragma-afdichtingen beschikken wij over een eigen, CNC-gestuurd procedé dat veiliger en sneller is dan gebruikelijke methoden en beschermd is door een geregistreerd gebruiksmodel (DE 20 2025 102 197).





