Praktijkkennis leidingbouw

Leidingnormen oud en nieuw: DIN, ASA en ND op bestaande tekeningen correct lezen

In bestaande installaties staan op isometrieën, materiaallijsten en typeplaatjes nog DIN 2448, DIN 2633, ND 16 of St 35.8 – vaak op tekeningen van Duitse herkomst. Besteld en gekeurd wordt tegenwoordig volgens EN, ISO en ASME; in Nederland en België gelden daarbij dezelfde EN-normen (als NEN-EN resp. NBN EN). Dit overzicht zet de oude aanduidingen naast de normen die nu gelden: buizen, fittingen, flenzen, dichtvlakken, pakkingen, lasnormen en materialen. Telkens met een opmerking waarop u moet letten als u onderdelen op de bouwplaats vervangt.

Aanduidingen en drukklassen

Vroeger (bestaand)NuOnderwerpTip uit de praktijk
NW (nominale wijdte)DNNominale diameter, dimensieloosDN 100 is geen maat in millimeters – de buitendiameter is 114,3 mm.
ND (nominale druk)PNNominale drukklassePN is een klasse, geen toelaatbare bedrijfsdruk – die hangt af van materiaal en temperatuur.
150 lb, 300 lb …Class 150, Class 300 …Drukklassen volgens ASME B16.5‘lb’ is geen drukeenheid in bar; Class 150 komt niet overeen met PN 16.
Nominale maat in inch (bijv. 4″)NPS 4Amerikaanse nominale maatNPS 4 en DN 100 hebben dezelfde buitendiameter (114,3 mm), maar de wanddikteseries verschillen (schedule).

Buizen

Vroeger (bestaand)NuOnderwerpTip uit de praktijk
DIN 2448 / DIN 2458DIN EN 10220Afmetingen en gewichten van naadloze / gelaste stalen buizenDe buitendiameters zijn gelijk gebleven; enkele wanddiktes uit de voorkeursreeksen wijken af.
DIN 1629 / DIN 17175DIN EN 10216-1 / -2Technische leveringsvoorwaarden naadloze buizen (ongelegeerd / voor hoge temperaturen)
DIN 1626 / DIN 1628DIN EN 10217-1 / -2Technische leveringsvoorwaarden gelaste buizen
DIN 17458 / DIN 17457DIN EN 10216-5 / DIN EN 10217-7naadloze / gelaste buizen van roestvast staal
DIN 2440 / DIN 2441DIN EN 10255Draadbuizen (gasbuis)
ASA B36.10ASME B36.10M (B36.19M voor rvs)Amerikaanse buismaten met schedule-seriesXS komt alleen tot NPS 8 overeen met Sch 80, XXS is niet altijd Sch 160.

Fittingen

Vroeger (bestaand)NuOnderwerpTip uit de praktijk
DIN 2605 / 2615 / 2616 / 2617DIN EN 10253-1 / -2Bochten, T-stukken, verloopstukken en kappen om in te lassenVoor roestvaststalen fittingen gelden EN 10253-3 / -4.
ASA B16.9 / B16.11ASME B16.9 / B16.11Amerikaanse fittingen voor stomp lassen resp. socket welding

Flenzen en dichtvlakken

Vroeger (bestaand)NuOnderwerpTip uit de praktijk
DIN 2631 – DIN 2638DIN EN 1092-1, type 11Lasflenzen (welding neck) PN 6 – PN 160De aansluitmaten zijn gelijk gebleven; in bestaande installaties passen oude en nieuwe flenzen met dezelfde PN op elkaar.
DIN 2573 / DIN 2576DIN EN 1092-1, type 01Vlakke plaatflenzen om op te lassen
DIN 2527DIN EN 1092-1, type 05Blindflenzen
DIN 2641 / DIN 2642DIN EN 1092-1, type 02 met kraagLosse flenzen met laskraag
DIN 2526 Form C / Form EDIN EN 1092-1 Form B1 / B2Verhoogd dichtvlak (ruwheid grof / fijn)Het dichtvlak maakt tegenwoordig deel uit van de bestelaanduiding (zie voorbeeld hieronder).
DIN 2512 veer / groefDIN EN 1092-1 Form C / DDichtvlak met veer en groef
DIN 2513 uitsprong / insprongDIN EN 1092-1 Form E / FUitsprong en insprong (mannelijk / vrouwelijk)
ASA B16.5ASME B16.5 (vanaf NPS 26: ASME B16.47)Amerikaanse flenzen in Class-klassenPN- en Class-flenzen hebben verschillende gatenpatronen – niet door elkaar gebruiken.

Pakkingen

Vroeger (bestaand)NuOnderwerpTip uit de praktijk
DIN 2690 / 2691 / 2692DIN EN 1514-1Vlakke pakkingen voor PN-flenzen
API 601ASME B16.20Metalen pakkingen (spiraalgewonden, golfring- en ring-joint-pakkingen)
ASA B16.21ASME B16.21Vlakke pakkingen voor Class-flenzen

Lassen

Vroeger (bestaand)NuOnderwerpTip uit de praktijk
DIN 2559DIN EN ISO 9692-1Lasnaadvoorbereiding (naadvormen)De naadmaten gelden voor de gehechte toestand. meer hierover →
DIN 1912DIN EN ISO 2553Symbolische weergave van lasverbindingen
DIN 8563DIN EN ISO 5817Kwaliteitsniveaus voor onvolkomenheden
DIN 8560DIN EN ISO 9606-1Lasserskwalificatie

Bouten en moeren

Vroeger (bestaand)NuOnderwerpTip uit de praktijk
DIN 931 / 933 / 934DIN EN ISO 4014 / 4017 / 4032Zeskantbouten en -moerenBij M10, M12, M14 en M22 is de sleutelwijdte veranderd. meer hierover →

Materialen: oude DIN-namen en huidige EN-aanduidingen

Bij materialen helpt het materiaalnummer: dat is in de meeste gevallen gelijk gebleven en daarmee in bestaande installaties de snelste manier om te vergelijken. Uitzonderingen zijn uitgerekend de meest gebruikte buisstalen voor hoge temperaturen – St 35.8 en St 45.8 hebben als P235GH en P265GH nieuwe nummers gekregen.

VroegerMat.-nr. oudNuMat.-nr. nuToepassing
St 37.01.0254P235TR11.0254Leidingbuis zonder keuringseisen
St 35.81.0305P235GH1.0345 *koolstofstaal voor hoge temperaturen (buis)
St 45.81.0405P265GH1.0425 *koolstofstaal voor hoge temperaturen (buis)
C 22.81.0460P250GH1.0460Smeedstaal voor flenzen
17 Mn 41.0481P295GH1.0481C-Mn-staal voor hoge temperaturen
15 Mo 31.541516Mo31.5415Mo-staal voor hoge temperaturen
13 CrMo 4 41.733513CrMo4-51.7335CrMo-staal voor hoge temperaturen (P11/P12)
10 CrMo 9 101.738010CrMo9-101.7380CrMo-staal voor hoge temperaturen (P22)
12 CrMo 19 51.7362X11CrMo51.73625%-Cr-staal voor hoge temperaturen (P5)
14 MoV 6 31.771514MoV6-31.7715Centralestaal
X 20 CrMoV 12 11.4922X20CrMoV11-11.4922Centralestaal
St 37-21.0037S235JR1.0038 *Constructiestaal (ondersteuningen, staalbouw)
St 52-31.0570S355J21.0577 *Constructiestaal (ondersteuningen, staalbouw)
X 5 CrNi 18 91.4301X5CrNi18-101.4301roestvast (304)
X 6 CrNiMoTi 17 12 21.4571X6CrNiMoTi17-12-21.4571roestvast (316Ti)

* Materiaalnummer is veranderd.

Oude en nieuwe materialen zijn qua chemische samenstelling en sterktewaarden niet altijd identiek. Voor onderdelen onder druk is het inspectiecertificaat (EN 10204 3.1) volgens de huidige norm bepalend. ASTM-materialen (bijv. A106 Gr. B, A335 P11) zijn alleen bij benadering vergelijkbaar en worden niet als gelijkwaardig uitgewisseld.

Zo verandert een bestelaanduiding

Twee typische posities uit een oude materiaallijst en hoe ze nu worden besteld:

Lasflens DIN 2633 DN 100 ND 16 C 22.8
→ Flens EN 1092-1/11/B1/DN 100/PN 16/P250GH
Type 11 = lasflens (welding neck), B1 = verhoogd dichtvlak, materiaal aan het eind.
Buis 114,3 × 3,6 DIN 2448 St 35.8
→ Buis 114,3 × 3,6 EN 10216-2 P235GH TC1
TC1/TC2 = keuringscategorie volgens EN 10216; de leidingklasse van het project schrijft die voor.

Waar het om gaat als u op de bouwplaats onderdelen vervangt

  • Aansluitmaten PN-flenzen: Een flens volgens DIN 2633 en een volgens EN 1092-1 PN 16 met dezelfde nominale diameter passen op elkaar – steekcirkel, aantal bouten en boutmaat zijn gelijk. Verschillen zitten in de bouwhoogte, de ruwheid van het dichtvlak en de materiaalmarkering.
  • PN en Class niet door elkaar gebruiken: Een ASME-flens Class 150 en een PN 16-flens lijken op elkaar, maar hebben een andere steekcirkel en andere boutgaten. Meet bij twijfel de steekcirkel en de diameter van de boutgaten.
  • Wanddikte controleren: DN 100 volgens EN en NPS 4 volgens ASME hebben dezelfde buitendiameter, maar andere wanddikteseries. Last u een ASME-fitting in een EN-leiding, dan moet de wanddikte worden aangepast (inwendig uitdraaien of afschuinen volgens EN ISO 9692-1 resp. ASME B16.25).
  • De WPS is leidend: Verandert het materiaal, dan kan ook de lasmethodebeschrijving (WPS) veranderen – voorwarmen, toevoegmateriaal, warmtebehandeling. Stem het vervangen van een materiaal daarom af met de lascoördinator.

Engelse termen op isometrieën? Naar het glossarium leidingbouw Engels–Nederlands →

Veelgestelde vragen

Mag ik een oude DIN-flens vervangen door een EN 1092-1-flens?

Meestal wel, als nominale diameter, drukklasse, vorm van het dichtvlak en materiaal overeenkomen: de aansluitmaten van de PN-flenzen zijn bij de overgang behouden. Controleer wel het dichtvlak (vorm B1 of B2, afhankelijk van de pakking), de bouwhoogte – die verandert het passtuk – en het materiaalcertificaat. Bij leidingen onder druk beslist de leidingklasse of de exploitant.

Wat betekent ND 16 op een oude tekening nu?

ND (Nenndruck, nominale druk) heet tegenwoordig PN. ND 16 komt overeen met PN 16. Beide zijn een drukklasse, geen toelaatbare bedrijfsdruk – welke druk bij welke temperatuur is toegestaan, volgt uit het materiaal en de norm (druk-temperatuurtabel in EN 1092-1).

Is een 150 lb-flens hetzelfde als PN 16?

Nee. Class 150 (vroeger ‘150 lb’) volgens ASME B16.5 en PN 16 volgens EN 1092-1 hebben verschillende steekcirkels, aantallen bouten en boutmaten. Ze zijn niet zonder adapterflens met elkaar te verbinden.

Welke norm geldt voor de lasnaadvoorbereiding nu DIN 2559 is ingetrokken?

DIN EN ISO 9692-1 (deel 2 voor onderpoederlassen). Voor leidingen volgens ASME geldt ASME B16.25 met de bekende afschuinhoek van 37,5°. Ons overzicht van lasafschuiningen zet beide naast elkaar.

Naar het overzicht van lasafschuiningen: naadvormen volgens EN ISO 9692-1 en ASME →

Naar beste weten samengesteld uit de normenoverzichten, zonder garantie. Normen worden voortdurend herzien; bepalend zijn de in het project overeengekomen uitgave, de leidingklasse en de WPS.

Bestaande installatie, nieuwe onderdelen – wij passen het aan

HSOS snijdt, schuint af en bewerkt pijpen, flenzen en dichtvlakken direct in de installatie – ook daar waar oude DIN-onderdelen op nieuwe EN- of ASME-componenten aansluiten.